dinsdag 16 oktober 2012

Stardust Memories


Stardust Memories *)



‘But that was long ago, and now my consolation is in the stardust of a song...’ De zoete klanken van de mooie mannenstem vullen de keuken, ‘the stardust of a song...’. Wanneer is het begonnen? Wanneer begint een verhaal? Zomaar ergens. Met de dood van een dierbare en de rouw daarna. Met het verlies van de kleine dingen, het weggooien van wat niet bewaard kon worden. Tot en met de klompschoenen die hij altijd droeg als hij in de tuin werkte. De schimmel stond op het leer, omdat niemand ze meer droeg. Ze stonden dan ook, vochtig, in het schuurtje. Naast de hark, de schop en de schoffel. Soms ging ze er even met haar eigen voeten in. Maar ze voelden hard en koud.
Nu staan ze buiten tussen de twee grote bloempotten naast de vuinisbak. Net nog niet erin. Ze staan al weken in de weg, eigenlijk. Opruimen, een klusje voor het voorjaar. In het huis herinnert niet veel meer aan hem, een foto op het dressoir, zijn pijp achter in een la, op zolder een doos met papieren waar nooit meer iemand voor gekomen was.
Ze gaat buiten naast de keukendeur zitten, in het eerste zonnetje van het jaar in de eerste tuinstoel die ze buiten heeft gezet. Kopje koffie. Haar gezwollen voeten op de tweede stoel. De rest van het tuimeubilair staat nog in het schuurtje, dat ze net heeft opgeruimd. Het voelt alsof er een moeras in haar hoofd zit, waar iets broeit dat belletjes naar boven stuurt, vieze belletjes met een geur van bederf. Haar lastige geheugen begint steeds meer een eigen leven te leiden. Het verwart haar en maakt haar bang. En dat met dit heerlijke weer. 
Destijds had hij ook het schuurtje nog opgeruimd. Daarom moet ze natuurlijk steeds aan hem denken, en aan die akelige zomer. De zomer dat de kleine Natascha verdwenen was. Natascha, die altijd drie keer klopte op de achterdeur, en met dat verlegen lachje in de deuropening stond, en niet vertrok voordat ze een glaasje limonade had gekregen, en een koekje. Altijd hetzelfde. Dat moest. Want anders ging het niet goed met Natascha. Het was al heel bijzonder dat Natascha met hen durfde te praten. Echt praten kon je het niet noemen. Ze was er nooit achter gekomen precies hoeveel Natascha begreep. Maar ze werden dol op haar. Ze was een liefje. Dat vond iedereen.
De hele buurt had lopen zoeken. Ze was nooit gevonden. Haar ouders hadden als geesten lopen dwalen, hadden driehonderd keer het verhaal verteld aan wie het geduld maar kon opbrengen om het aan te horen. Hoe haar schooltas tegen de voordeur had gestaan toen haar moeder ongerust de deur open had gedaan omdat ze zo lang wegbleef. Ze had Natascha niet horen kloppen, en ook het busje niet gehoord. Niemand had iets gezien. De chauffeur had gezegd dat er niets bijzonders gebeurd was, dat ze gewoon was uitgestapt en gezwaaid had als altijd. Dat moest ook wel zo zijn. Hoe was die tas daar anders gekomen?
De politie had geen enkel aanknopingspunt kunnen vinden. Zelf was ze die week niet thuis geweest. Ze had samen met haar zus het huis van haar overleden moeder leeg moeten halen. 
Toen ze van haar lege ouderlijke huis terugkwam was hij zo overstuur geweest. Hij had meteen die zelfde middag mee lopen zoeken. De politie was er al gauw bij gehaald. Die waren niet gelukkig geweest met de zoekpartij die toen al een paar uur aan de gang was. Eventuele sporen zouden ook wel eens verdwenen kunnen zijn. De politie had het zoeken nog eens grondig over gedaan. En iedereen ondervraagd. Wat niets opgeleverd had.
In de maanden daarna had de zaak geregeld de kranten gehaald. De politie had alle bekende delinquenten die ook maar in de verte verdacht konden zijn ondervraagd. Even had het erop geleken dat ze een verdachte hadden. Maar blijkbaar was er niet genoeg bewijs gevonden, want een rechtszaak was er nooit van gekomen.
‘And now the purple dusk of twilight time steals across the meadows of my heart...’ Ze had knipsels verzameld, alsof ze wist dat ze ooit het geschreven woord nodig zou hebben om het verleden op te roepen, omdat het steeds verder wegzakte, of zo veranderde dat ze het niet meer als haar eigen verleden herkende. Daarom moest zijn foto ook blijven staan om haar herinnering aan hem levend te houden, net zoals de geur van de pijp dat deed, en het idee dat zijn voeten in die oude klompen hadden gestaan.
Hij had bij haar een kamer gehuurd toen ze net weduwe was geworden, en naar manieren zocht om haar pensioentje aan te vullen. Ze konden het meteen goed samen vinden. Hij was zulk leuk gezelschap. Ze had haar geluk niet op gekund toen hij had laten merken dat hij ook meer voor haar voelde dan voor een hospita. Maar hij was zoveel jonger geweest dan zij. Ze had hun verhouding voor de buurt stil willen houden, en hij had dat eigenlijk onzin gevonden. “Hoezo? Ik schaam me heus niet voor mijn oudje.” had hij gezegd, maar haar wens werd wel gerespecteerd. En “mijn oudje” zei hij alleen als er geen anderen bij waren, en ze samen dansten op Stardust. Met de gordijnen dicht. Maar die herinneringen vervaagden steeds meer.
Dat vreselijke jaar, het jaartal dat op de krantenknipsels stond. Het jaar ook dat hij zo ziek werd. Hij was een week lang zijn bed niet uitgekomen. Eerst dacht ze een griepje, toen iets met zijn hart, want hij was niets waard geweest. “Je kunt veel beter je been breken, dan snapt iedereen waarom je niet meteen je bed uit kunt springen.” had de dokter tegen haar gezegd. En ook dat het met het donkere weer te maken kon hebben. Een depressie noemde de dokter het.
Wat weet je eigenlijk van elkaar af? Ze had helemaal niet geweten waar zo’n ziekte vandaan kon komen. Ze wist ook niet of hij al eerder depressies had gehad. Ze wist alleen dat hij geregeld werkloos was geweest, ook voordat hij bij haar woonde. Dat hij conflicten op zijn werk had, en dan maar wegbleef. Dat hij twee keer gescheiden was, en kinderen had, die hem nooit meer wilden zien. En ex-vrouwen, die niet deugden, die zomaar verhuisd waren en hem geen adres gegeven hadden. Die alimentatie ontvingen via een regeling met de sociale dienst. 
Hij kon nauwelijks zijn kamerhuur betalen. Ze had zo geprobeerd om hem gelukkig te maken. 
Wat wist ze eigenlijk van hem af? Dat was ze zich beginnen af te vragen toen hij zo ziek was, en heel langzaam een beetje leek op te knappen. Ze wist alleen dat ze van hem hield en hem nooit in de steek zou laten. Dat hij zo lief was, en zo vreselijk ongelukkig. En dat niets hielp, wat ze ook voor hem deed.
‘You wandered down the lane and far away’, ze rilt, en ziet dat de zon weg is en het donker begint te worden. Het is nog lang geen zomer. Naar binnen en geen muizennissen meer! Sinds ze net een hele kolonie muizen heeft moeten opruimen in het schuurtje weet ze waar die uitdrukking op slaat. Weg ermee. Sommige dingen moet je weg gooien anders loopt het uit de hand. Gelukkig kan ze dat steeds beter. Maar de twee oude klompschoenen blijven nog even staan.
Als het buiten helemaal donker is geworden sluit ze de gordijnen. Weer een avond tv, daarna de voordeur op het nachtslot. Het is koud buiten, warme kruik mee naar bed. Lief zijn voor jezelf. Jezelf gelukkig maken is niet eens zo heel moeilijk gebleken.
Ze slaapt onrustig. Midden in de nacht schrikt ze wakker. Heeft ze het gedroomd? Ze heeft drie keer horen kloppen. Op de achterdeur. Ze staat op en kijkt voorzichtig tussen de slaapkamergordijnen naar buiten. Het begint al een heel klein beetje licht te worden. Ze kan de achterdeur niet goed zien, maar alles lijkt stil in de tuin. De deur van het schuurtje staat open. Heeft ze die open laten staan? Ze ademt zachtjes en durft niet te bewegen. Nergens in huis is een geluid te horen. In haar gedachten gaat ze het huis door, van de zolder via de trap en de gang naar beneden, de derde trede van de trap kraakt altijd, maar ze heeft verder niets gehoord. Er kan niemand binnen zijn.
En buiten? Het is doodstil. Omdat ze weet dat ze toch niet zal kunnen slapen gaat ze kijken. Natuurlijk zijn alle ramen en deuren dicht. En de tuin is leeg en stil. Ze gaat naar buiten en sluit de deur van het schuurtje zonder het licht aan te doen. Niets aan de hand. Gewoon weer in bed gaan liggen en proberen te slapen.
‘The melody haunts my revery...’. ze had niet naar dat oude bandje moeten luisteren. Daar komt het door. Daar komen die stinkende belletjes vandaan. Die twee verlegen agenten op de stoep: “Mevrouw, we hebben slecht nieuws.” Toen was hij al maanden weg geweest. Ze had hem meteen als vermist opgegeven. “Mevrouw, uw huurder is met de noorderzon vertrokken zonder zijn rekeningen te betalen, en u verwacht dat de hele Nederlandse politie hem gaat zoeken? We hebben wel wat belangrijkers te doen.”
Ze had hem moeten identificeren. Ze had een begrafenis geregeld. Ze had zelfs via de sociale dienst zijn twee ex-vrouwen uitgenodigd. Niet dat ze gekomen waren. Ze had zich zo onbelangrijk gevoeld. Uit dwarsigheid had ze al zijn papieren op zolder weggeborgen. Belletjes... . Ze had er even in gekeken. Brieven gericht aan iemand met een heel andere achternaam, maar wel met zijn voorletters. Meest aanmaningen van een advokatenkantoor. Ze had ze gelezen, maar het niet begrepen. Tot nu. Nu ze wakker ligt en niet kan ophouden met denken. Tot er drie keer aan de achterdeur geklopt werd. En ze ineens weet waarom ze zo in de war is.
Muizennissen achter de oude kolenkist in het schuurtje. Ze had de kist opzij moeten schuiven om erachter te kunnen komen. Van de muizen was ze niet bang geweest. Maar wel van wat ze voelde toen ze de nieuwe voegen in de vloertegels zag. Er waren zeker acht tegels van hun plaats geweest en opnieuw gevoegd. Ze had dat nog nooit eerder gezien. Ze had ook nog nooit onder die kist gekeken sinds ze hem er zelf neer had gezet al die jaren geleden, toen zij en haar vroeg overleden man hier waren komen wonen. 

Daarom had hij die zomer het schuurtje zo netjes opgeruimd. Daarom had hij die twee grote bloempotten gekocht en gevuld met aarde en er chrysanten in geplant. 
Niks troost omdat haar moeder dood was.
‘The stardust of yesterday, the music of the years gone by...’ Het zingt na in haar hoofd terwijl ze de telefoon oppakt om de politie te bellen. Het liefje hoeft niet nog een keer te kloppen. Ze is gehoord.



elma november 1999.

  * ) Nat King Cole. The Natural Collection. TNC96221a

maandag 15 oktober 2012

Cole Porter en zo



vandaag is het 48 jaar geleden dat Cole Porter overleed. Een briljant musicus en schrijver van teksten. Maar de song waaraan ik moet denken is niet door hem geschreven maar door Mitchell Parish. Hoagy Carmichael componeerde de muziek en Nat King Cole zong het. ik luisterde ernaar in 1999, en schreef er een kort verhaal omheen.

Maar, geduld lieve lezers, het verhaal komt morgen. Vandaag alleen links naar Youtube met een mooie uitvoering door Nat King Cole en naar de andere mooie mannen zaliger die ik hier genoemd heb. Enjoy:

Malala weer


Malala Yousafzai vervolg.

"De politie in Pakistan heeft gisteren mannen opgepakt die ervan worden verdacht eerder deze week de veertienjarige Malala Yousafzai te hebben neergeschoten. Het meisje kreeg wereldwijde bekendheid toen zij haar recht op onderwijs opeiste in een periode waarin de taliban dat in haar streek in Pakistan, de Swat-vallei, onmogelijk maakten. Malala ligt nog altijd in kritieke toestand in het ziekenhuis. Met hun aankondiging haar desnoods later te zullen vermoorden hebben de taliban tot in de hoogste kringen van Pakistan afschuw over zich afgeroepen. Maar de Pakistaanse regering heeft boter op het hoofd, zegt emeritus hoogleraar Aziatische Studies Jan Breman."

Gelukkig zijn er verdachten opgepakt en weten we inmiddels iets meer. Het schijnt beter te gaan met Malala. Ze is inmiddels overgebracht naar een ziekenhuis in Groot Brittanniƫ. Dank zij de duiding van Professor Breman, gast in de Tros Nieuwsshow van zaterdag, begrijp ik nu wat meer over Pakistan en de Swat vallei. Ik ben geneigd om in zwart-wit termen te denken over die streek, duidelijk wie de 'fouten' en de 'goeden' zijn, de Taliban deugt niet, maar het ligt ingewikkelder.
Wat Breman vertelde deed me denken aan twee romans over Nazi Duitsland die ik kort geleden gelezen heb. Ik schreef er al eens over. Deprimerende verhalen, waarin de figuren elkaar vreselijk wantrouwden, en vaak terecht. Mensen verdwenen heel gemakkelijk in een concentratiekamp. Iedereen kon iedereen verklikken.
Zo'n sfeer hangt ook in de Swat vallei. Iedereen kan een verklikker zijn en de kampen en gevangenissen zijn gevaarlijke plekken waar mensen verdwijnen.
Het akelige is volgens mij dat niet alleen de Taliban de schurken zijn. Ook de CIA van de Amerikanen maakt zich schuldig aan schending van mensenrechten. En  'wij', die Amerika steunen dus ook. De bewoners van de Swat vallei verkeren al tientallen jaren in een situatie die wat wantrouwen betreft vergelijkbaar is van die van bezet Nederland in 40-45. 
Ik vind dat een akelige gedachte.


zaterdag 13 oktober 2012

Ik mis jullie!


Ineens heb ik drie vriendinnen die 'iets hebben'. In die zin dat kwalen hen plagen, terwijl ik hen altijd jonge blommen gevonden heb. Alleen ik was een oudje aan het worden, met kwalen. Mijn kwalen vond ik eigenlijk meer ouderdomskwaaltjes, iedereen krijgt die: hoge bloeddruk, hoog cholesterol, hoge suiker, copd, pijnlijke botten en gewrichten, meer was het bij mij niet, ik heb ze al meer dan 25 jaar. Mijn ouders zijn er nog vrij oud mee geworden.
Maar ja, uiteindelijk ga je er wel aan dood. En als ik mag kiezen, doe maar zoals mijn pa en ma gingen, aan de bloedvaten. Hypertensie klinkt wel chique, en als je maar meteen weg bent is het een mooie dood. Mijn vader ging echter niet meteen, dat was wat minder elegant: been afgezet, toch nog vrij lang tamelijk gaga en immobiel rondgebroddeld. Zo maar liever niet. Maar er zijn nog veel ergere en pijnlijker situaties, zie ik nu om me heen gebeuren.
Dat zijn situaties waar een beetje stoer en lacherig doen niet meer werkt. Dan worden mensen ineens gemist op vaste koffieochtenden, leuke etentjes, feestjes en logeerpartijen, die moderne senioren die goed voor zichzelf zorgen, prima voor elkaar krijgen. Zwitserlevengevoel heet het. Ik was eigenlijk altijd een beetje te links en te alternatief om me zomaar aan zoiets tuttigs over te geven, maar stiekem kroop dat er gewoon in. Zodat ik nu van het ene leuke vermaakje naar het andere gezelligheidje aan het hoppen ben. Ongemerkt ben ik een kras oudje geworden, met een grote zak pillen, dat wel. Maar zolang die nog goed werken zodat ik kan blijven meedoen, ben ik heel tevreden.
Terug naar die drie vriendinnen, geen drie kleine kleutertjes op een hek, maar drie Golden Girls die het ineens moeilijk hebben. Het overvalt me, wat een beetje raar is, want ze zijn enkele jaren jonger dan ik. Dit is dus wat een oudere vriendin van me bedoelt als ze weer een beetje verdrietig vertelt dat het wat leeg wordt om haar heen. 
Ja, verdikkeme, ik mis jullie! Alleen op dit hekje zitten is niet leuk! Jullie moeten gezellig terugkomen zodat we weer samen kunnen gaan zitten lachen om het leven. Want dat is wat je met het leven heel goed kan als je een kras oudje geworden bent. Het leven was nog nooit zo amusant als nu. Het hoort niet dat jullie daar nu niet van genieten kunnen. Dus hierbij mijn zeer welgemeende boodschap: knap gauw op, voel je gauw beter, zodat we weer samen kunnen gaan zitten lachen om al dat gedoe om ons heen. Het is zo in mijn eentje maar saai.
Doen hoor!


met grote dank aan sanmarko

woensdag 10 oktober 2012

Weer een heldin


Een Pakistaans meisje van 15 is door de Taliban beschoten in de Swat vallei. Ze is heel zwaar gewond geraakt maar ze leeft gelukkig nog na een operatie die uren duurde en waarbij de kogels uit haar hoofd en haar hals zijn verwijderd.
Ze ijverde voor onderwijs aan meisjes en dat is daar gevaarlijk. IJveren is gevaarlijk, meisje zijn is gevaarlijk.
Ze is een heldin, deze Malala Yousafzai.
Ik word daar stil van.

Hier kan je er meer over lezen:



of hier:


dinsdag 9 oktober 2012

Alweer Snip


Alweer Snip

Ik kreeg zomaar een lezer (v) erbij van de week, altijd leuk. Ik ben ijdel genoeg om daar blij mee te zijn. Deze lezer vond wat ik schreef over Snip3 spannend en een vervolg waard. Bij deze dan. Vandaag een beetje gesurfd over de huisspin, de trechterspin. Want Snip is volgens mij een huisspin/trechterspin. En, heb ik gelezen, die snelle renner die ik laatst onder de bank uit zag komen is een mannetje van die soort. Dus dat kleine beestje dat ik ooit naast het web van Snip1 heb zien flirten was helemaal geen mannetje, maar iets anders. De mannetjes voor Snip zijn veel groter en heel snel, renspinnen, en volgens mij maken die helemaal geen web in huis, of wel? Daar kom ik op terug.

Maar, Snip 1, 2 en 3 hebben met hun keuze van woonplaats zich beperkt in hun vermenigvuldigingsmogelijkheden. (Ja, dit woord schijnt echt te bestaan, zegt mijn automatische spellingjuf.) Ik heb tenminste daar in de buurt nog nooit een renmannetje waargenomen. Mijn wc is dus een nonnenklooster. Ik heb dat niet opzettelijk zo gemaakt, maar het is zo gegroeid. Ik vind dat geen ramp, mannen worden niet geweerd, en als ze netjes plassen zijn ze welkom. (Sitzpinklen noemen Duitsers dat en de oplettende lezertjes begrijpen wat ik bedoel.)

Dat is dus opgehelderd. Nu nog even over spinnen. Ik heb gesurfd en dit gevonden:

"De spin brengt het overgrote deel van de tijd door op haar web. In de late zomer en de herfst gaat het mannetje op zoek naar een vrouwtje.
De langbenige spin jaagt ons dan soms de stuipen op het lijf als hij met grote snelheid door het huis rent.
Mannetjes brengen na de copulatie enkele weken door met het vrouwtje. Het vrouwtje bewaakt haar eizakjes tot de eitjes uitkomen en de jongen de moeder verlaten."

ik geloof hier gevonden:
Misschien moet ik ergens in huis een plaatsje ontruimen voor een Snip4 en haar minnaar(s). Hoe moet ik die noemen, Snap? Snep? Snop? Snup? Doe maar een suggestie lezer. Want die zijn toch ook heel schattig zoals ze na de copulatie nog enkele weken doorbrengen bij de moeder om te helpen. Of worden ze ingesponnen door Snip en neemt ze zo nu en dan hapjes van haar geliefde? In de natuur kan alles. Altijd mooi en spannend.

Ik heb in huis trouwens wel interessante groeisels gevonden, waarvan ik vermoed dat het eierzakjes van spinnen zijn. Die zijn hier ook al heel oud, maanden, zo niet jaren, dus ik vermoed dat er geen kleine spinnetjes meer in zitten. Ik heb ze gegoogled, kijk hier maar even:


Mega-interessante foto's trouwens. Om maar eens een nerdy modewoord te gebruiken. Nerdy-wordy, that's me!

en deze is ook heel mooi:



Laatst zocht ik even mijn mooie boekje over Snip1 op, een powerpoint presentatie door mijn lieve vriendin zaliger, Lies, gemaakt. Mail ik je zo toe als je wil, lieve lezer.

Geniet nog even van iets dat een beetje op een nazomer lijkt.

zaterdag 6 oktober 2012

Bewondering

Al surfend dacht ik ineens aan mijn favoriete schrijfster Margaret Atwood en ging op bezoek op haar website. Wat heeft die toch ontzettend veel geschreven in haar leven. Ik ben er iedere keer weer van onder de indruk. Ik heb helaas niet zo heel veel van haar gelezen. De laatste roman was 'The Blind Assassin'. Nu vond ik via haar site haar 10 regels voor een schrijver. Geestig en o zo waar. Zie onder. Ik moet hoog nodig weer eens een backup maken op mijn bewaarschijf.

Ik lees nu ook een boek van een Canadese schrijfster, van een jongere generatie, 'Schuilplaats' van Frances Greenslade. Boeiend en redelijk goed leesbaar in de Nederlandse vertaling. Ik heb beloofd er iets over te schrijven voor de boekgrrls, maar dat komt nog. Van Atwood las ik als eerste Cat's Eye, ook over jonge pubermeisjes o.a. Van dat boek was ik zeer onder de indruk en dat ben ik nog. Zeer aanbevolen!


Hier dus haar 10 regels:

1. Take a pencil to write with on aeroplanes. Pens leak. But if the pencil breaks, you can’t sharpen it on the plane, because you can’t take knives with you. Therefore: take two pencils.

2. If both pencils break, you can do a rough sharpening job with a nail file of the metal or glass type.

3. Take something to write on. Paper is good. In a pinch, pieces of wood or your arm will do.

4. If you’re using a computer, always safeguard new text with a ­memory stick.

5. Do back exercises. Pain is distracting.

6. Hold the reader’s attention. (This is likely to work better if you can hold your own.) But you don’t know who the reader is, so it’s like shooting fish with a slingshot in the dark. What ­fascinates A will bore the pants off B.

7. You most likely need a thesaurus, a rudimentary grammar book, and a grip on reality. This latter means: there’s no free lunch. Writing is work. It’s also gambling. You don’t get a pension plan. Other people can help you a bit, but ­essentially you’re on your own. ­Nobody is making you do this: you chose it, so don’t whine.

8. You can never read your own book with the innocent anticipation that comes with that first delicious page of a new book, because you wrote the thing. You’ve been backstage. You’ve seen how the rabbits were smuggled into the hat. Therefore ask a reading friend or two to look at it before you give it to anyone in the publishing business. This friend should not be someone with whom you have a ­romantic relationship, unless you want to break up.

9. Don’t sit down in the middle of the woods. If you’re lost in the plot or blocked, retrace your steps to where you went wrong. Then take the other road. And/or change the person. Change the tense. Change the opening page.

10. Prayer might work. Or reading ­something else. Or a constant visual­ization of the holy grail that is the finished, published version of your resplendent book.